Thomas Blondeel

Moderne Werkvormen

Roos Wouters Magazine Leave a Comment

Thomas Blondeel, project manager operationele directie van Smart en deelnemer van de Werkvereniging, constateert dat werkenden andere verwachtingen ten aanzien van werk hebben en dat daar te weinig op ingespeeld wordt door de huidige polderpartijen. De coöperatie Smart biedt een van de alternatieve oplossingen maar er moet meer gebeuren.

De arbeidsmarkt verandert en de vraag naar projectmatig werk neemt toe. Werkgevers zoeken steeds vaker een oplossing ‘op maat’ door afgelijnde opdrachten naar voren te schuiven. Ook het aanbod aan ‘projectwerkers’ neemt toe. Werknemers hebben andere verwachtingen van een loopbaan: veranderen van baan wordt als verrijkend gezien, de variatie in opdrachten en opdrachtgevers zorgt voor een extra aantrekkingskracht. Ook het evenwicht tussen werk en privé wordt belangrijker. En freelance werken, waarbij je van opdracht naar opdracht surft, geeft daarbij minstens het gevoel dat je meer controle hebt op hoe je je agenda invult en dat je je eigen baas bent.

Een grote groep freelancers is zelfstandig ondernemer. Ze hebben hun eigen onderneming die het gevoel van zelfstandigheid benadrukt. Je wordt pas serieus genomen als je bij de KVK bent langs geweest. Je dopt je eigen boontjes en als de zaken een beetje goed gaan kan je hier en daar nog wat voorzieningen aanleggen. Maar meer en meer worden ook een aantal nadelen van het zelfstandigenstatuut duidelijk: je moet als ondernemer alles zelf regelen, je draagt de risico’s alleen en je bouwt amper een sociaal vangnet op. Ook de overheid draagt de gevolgen, door de beperkte bijdragen aan de fiscaliteit en de sociale zekerheid. De overheid beschikt dus over steeds minder middelen om de welvaartsstaat te onderhouden.

Smart als deel van de oplossing

Met Smart wil freelancers een alternatief bieden voor het zelfstandig ondernemerschap door ze in een coöperatief ondernemingsmodel te verenigen. De coöperatie regelt de zakelijke kant, waardoor de werker (werknemer/ondernemer) zich op de kern van zijn of haar beroep kan richten. De werkers komen in loondienst van de coöperatie en krijgen voor hun werkdagen een inkomen uitbetaald waarop sociale en fiscale lasten worden ingehouden. Zo stimuleert de coöperatie het ondernemerschap en wordt duurzame inzetbaarheid gecreëerd. Loon wordt tijdig uitbetaald dankzij het loongarantiefonds. Er wordt administratieve ondersteuning geboden en vormen van ontwikkeling en advies georganiseerd. Door dit alles creëert de werker extra kansen ten behoeve van zijn economische activiteit. De risico’s worden beperkt en de werker bouwt een degelijke sociale bescherming op. Terwijl de werkers zijn autonomie en vrijheid op het vlak van werkorganisatie behoudt door zelf opdrachten aan te gaan (of af te wijzen). Door de onderneming te organiseren als een coöperatie, behouden de werkers zelf de controle over welke richting de gezamenlijke onderneming uitgaat, wat er met de winst gebeurt en welke diensten er moeten ontwikkeld worden.

Een kader voor nieuwe werkvormen

De wetgever kijkt momenteel de kat uit de boom. Misschien kan het niet anders. Maar terwijl de discussie over de precieze impact en omvang van die nieuwe arbeidsvormen gevoerd wordt, voelt iedereen dat er iéts aan het gebeuren is. Alleen is het nog niet helemaal duidelijk wát precies, en dus is het moeilijk om ermee aan de slag te gaan. De arbeidsmarkt heeft grote behoefte aan nieuwe modellen waarbij we aan de slag moeten gaan met het aanwezige talent op de arbeidsmarkt, meer dan angstvallig op zoek te gaan naar die ene witte raaf die binnen een vooropgesteld profiel past. Zoals vele arbeidsmarktspecialisten stellen, is het probleem niet zozeer de krapte op de arbeidsmarkt, maar de mismatch tussen de verwachtingen (profiel, ervaring, opleiding) van werkgevers en de beschikbare arbeidskrachten.

Feit is dat de traditionele structuren met duidelijk afgelijnde rollen onder druk staan. Niemand zal nog ontkennen dat een carrière van 35 à 40 jaar bij een zelfde werkgever eerder uitzondering dan regel wordt. Met de intrede van moderne werkvormen stappen we af van het duidelijke onderscheid wie werknemer is, wie werk verschaft, hoe de partijen zich ten opzichte van elkaar verhouden en hoe de partijen vertegenwoordigd kunnen worden. Er is meer dan enkel de band van ondergeschiktheid, de wel gedefinieerde relatie tussen de werkgever en de werknemer, die als bepalende factor een rol kan spelen in het tot stand komen van een (arbeids-)overeenkomst. De vraag rijst wie welk risico draagt en wie welke verantwoordelijkheid neemt.

Overheden moeten zich een nieuwe rol aanmeten en op zoek gaan naar hoe ze om moeten gaan met de nieuwe realiteit. Een volledig nieuw wetgevend kader komt uiteraard niet in drie tellen tot stand. En het gros van de in vele Europese landen uitgeschreven sociale zekerheidssystemen is te waardevol om zomaar overboord te gooien. Tot dan moet op zijn minst de openheid voelbaar zijn om nieuwe initiatieven die wel kort op de bal kunnen spelen te erkennen en ondersteunen. Want nieuwe werkvormen creëren
nieuwe kansen maar ook nieuwe problemen. En dan is het goed om die initiatieven te ondersteunen die daarvoor oplossingen zoeken.

Ook vakbonden en werkgeversorganisaties moeten vol aan de bak. Of liever, kúnnen vol aan de bak, want dit is het moment om in dialoog te gaan met alle (nieuwe) spelers en zo mee te schrijven aan nieuwe kaders. Het adagium ‘succes ligt buiten je comfortzone’ was nooit eerder meer van toepassing voor iedereen actief op en rond de arbeidsmarkt dan vandaag. Organisaties zoals ‘De Werkvereniging’ kunnen van onderuit structuur brengen. Ze kunnen een rol opnemen als katalysator door mensen en organisaties samen te brengen die met nieuwe werkvormen bezig zijn. Veel actoren werken vandaag nog op hun eiland, botsen tegen dezelfde muren aan, zonder het van elkaar te weten. Van alle aparte pijnpunten werkpunten maken en een gezicht geven aan ontluikende initiatieven is essentieel op dit moment. Er is dus noodzaak aan een zekere structuur, zonder rem te zetten op het experiment, om bijvoorbeeld dubbel werk te vermijden door ervaring en kennis te delen.

Auteur: Thomas Blondeel is Project manager operationele directie van Smart

Tip: Tijdens het festival voor Modern Werkenden houdt Thomas een Rondetafelsessie : Wil je niet zelfstandig en niet via een payroller werken? Werk dan Smart!

Sinds de oprichting in België in 1998 begeleidde Smart zo’n 100.000 leden bij het administratief beheer van hun professionele activiteiten in meer dan 40 kantoren in Europa. Smart biedt freelancers een alternatief voor het zelfstandig ondernemerschap: in plaats van evenveel kleine ondernemingen op te richten brengen we verschillende ondernemers samen in één coöperatieve onderneming. De coöperatie regelt de zakelijke kant, waardoor de werkende (werknemer/ondernemer) zich ten volle kan richten op de kern van zijn of haar beroep. De werkenden komen in loondienst van de coöperatie en krijgen voor hun werkdagen een inkomen uitbetaald waarop sociale en fiscale lasten worden ingehouden. Door de diensten te organiseren in een coöperatie, behouden de werkenden zelf de controle over welke richting de gezamenlijke onderneming uitgaat, wat er met de winst gebeurt en welke diensten er moeten ontwikkeld worden.” Wil je hier meer over weten kom dan naar de ronde tafel van Smart.

meld je aan voor het festival!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *