Overleggen Ja Polderen Nee

Stop deze Pensioen Polder Klucht!

Roos Wouters Magazine Leave a Comment

De polderpartijen zijn zo druk met het behouden van de verworven rechten dat ze het belang van hun kinderen en kleinkinderen vergeten en ze dus met de rekening opzadelen.

Modern Werken doe je als je niet de ambitie of de mogelijkheid hebt om veertig jaar bij dezelfde werkgever of branche te werken. Dat deze groep inmiddels uit zo’n 3 a 4 miljoen werkenden bestaat en als gevolg van de corona crisis alleen maar sneller zal groeien, staat kennelijk niet op het netvlies van de polder onderhandelaars die deelnamen aan het pensioenakkoord, want geen Modern Werkende wordt blij van de uitkomst.

Van baan veranderen levert pensioen schade op

Zo zijn werknemers die een pensioenregeling bij een verzekeraar hebben, de dupe als ze van baan veranderen. Zij lopen een groot deel van hun pensioen mis omdat er in het pensioenakkoord geen compensatie is afgesproken. Bij verzekeraars komt een nieuwe premiesystematiek die dertigers, veertigers en vijftigers een fors pensioengat zou bezorgen van in totaal meer dan 7 miljard euro. Omdat er geen compensatie is gevonden, is besloten dat systeem alleen toe te passen op nieuwe pensioendeelnemers. Wie wisselt van werkgever wordt echter als nieuwe deelnemer gezien en loopt alsnog die schade op. Dat kan over een pensioengat van tientallen procenten gaan.

Pensioen is nu een bron van wantrouwen, ruzie en teleurstelling

De AOW wordt door de Werkvereniging gezien als het arbeidsvormneutrale inkomen bij ouderdom. Daarnaast hebben we een van de meest bejubelde en tegelijkertijd minst vertrouwde pensioenstelsels ter wereld. Het Nederlands pensioenstelsel is ontstaan in een periode dat werknemers gedurende hun leven weinig van werkgever wisselden en zelden van branche. Inmiddels wisselen mensen veel vaker van werkgever. En lang niet altijd in vast dienstverband. Ons pensioenstelsel is niet aan deze situatie aangepast. Bovendien is de solidariteit die we met het stelsel beoogden nu juist de oorzaak dat generaties tegenover elkaar komen te staan. We hebben met z’n allen veel geld gespaard maar weten niet aan wie dat geld toekomt. Het resultaat is dat we vooral ruzie maken over wie de centen krijgt.

Het huidige kabinet zegt bovenstaande problemen te hebben opgelost middels het pensioenakkoord. Als Werkvereniging stellen wij vast dat het pensioenakkoord niet tot echte oplossingen leidt. De onderhandelingen tussen kabinet en ‘sociale’ partners zijn in een decennia durende ‘pensioen polder klucht’ uitgelopen waar geen einde aan lijkt te komen.

Ons doel: een goede oudedagsvoorziening voor iedereen

Wat wij als Werkvereniging willen is een goede oudedagsvoorziening voor iedereen, ongeacht contractvorm. Willen wij daar komen, dan moeten we stoppen met ruzie maken met het stelsel als vertrekpunt en gaan kijken wat de werkenden zelf nodig hebben. 

Hoe we dat doen? De eerste stap is om samen met alle betrokkenen te definiëren wat we willen bereiken: wat verstaan we onder een goede oudedagsvoorziening voor iedereen? Dat vergt een open, gelijkwaardig en transparant gesprek. Door zo’n gesprek te organiseren zorgt het kabinet ervoor dat zij zich weer kan gaan richten op de kerntaak: het borgen van gedeelde belangen in plaats van deelbelangen. Wat het uiteindelijk oplevert zijn duurzame en breed gedragen oplossingen. Een pensioenakkoord sluit je immers niet in een achterkamer, maar met de maatschappij als geheel. 

Wat is dan een goede oudedagsvoorziening voor iedereen? Voor ons als Werkvereniging is dat:

“Een oudedagsvoorziening die qua omvang en moment van aanvang past bij wat iemand met zijn of haar oude dag wil”. 

Dit strategische doel kunnen we vertalen in operationele doelen die we gebruiken om te controleren of de oplossingen en experimenten helpen bij het bereiken van het doel. Bijvoorbeeld:

  1. In 2035 geven Nederlanders hun (verwachte) pensioenleeftijd een gemiddeld rapportcijfer 8 of hoger. In 2013 was dit gemiddeld een 6*.
  2. In 2035 geven Nederlanders hun (verwachte) inkomen tijdens de oude dag een gemiddeld rapportcijfer 8 of hoger. In 2013 was dit gemiddeld een 6. 

Als Werkvereniging zien we meerdere manieren om de hierboven beschreven doelen te bereiken. Rode draad is dat werkenden gelijk behandeld worden en zekerheden los staan van contractvormen. Wanneer alle werkenden automatisch een bepaalde premie via het Burger Service Model op een speciale rekening storten, en op basis van betrouwbare informatie aan vinken hoe zij dit geld het liefst inzetten om zichzelf van een aanvullende oudedagsvoorziening verzekeren, dan biedt dat zowel zekerheid als keuzevrijheid. 

Oplossingen: een aantal suggesties

1. Individueel pensioen

Wereldwijd vindt er een verschuiving plaats van Defined Benefit – waarbij het pensioenvermogen in een collectieve pot verdwijnt – naar Defined Contribution – waarbij mensen sparen voor hun eigen, individuele pensioenpotjes. Nederland heeft nog altijd een overwegend collectief Defined Benefit stelsel. Nederland kan naar een stelsel met individuele potjes via het BSM waarbij wel risico’s collectief gedeeld worden. 

Zo’n overgang naar individuele potten met collectieve risicodeling heeft meerdere voordelen. Ten eerste maakt het een einde aan de perverse kapitaaloverdracht van laag opgeleid naar hoogopgeleid en van jong naar oud. Mensen krijgen meer betrokkenheid bij hun eigen pensioenspaarpot. En er ontstaat ruimte voor keuzevrijheid op onderdelen die mensen belangrijk vinden zoals hun pensioenleeftijd**. Die keuzevrijheid levert deelnemers veel extra welvaart op. Extra welvaart die bovendien indien gewenst prima te combineren valt met de – relatief beperkte – welvaartswinst van solidariteit tussen generaties***.

2. Vrije keuze pensioenuitvoerder

Pensioen is uitgesteld loon. In Nederland bepaalt de branche waarin je werkt wie dat uitgestelde loon beheert. Dat is niet meer van deze tijd. Het gebrek aan marktwerking zorgt ervoor dat de pensioenbranche nauwelijks vernieuwt. Wanneer mensen de mogelijkheid krijgen te wisselen van pensioenuitvoerder, is er noodzaak tot efficiencyverbeteringen, kostenbeheersing en transparantie. Pensioenaanbieders zullen moeten veranderen en beter presteren om klanten te behouden en te krijgen.

3. Uniforme pensioenpremie

Het zou beter zijn om één landelijk minimum premiepercentage te hanteren. In veel landen zijn de pensioenpremies voor iedereen gelijk en jaren van tevoren bekend. Hierdoor weten werknemers en werkgevers waar zij aan toe zijn. Onze economie zal profiteren van deze stabiliteit.

4. Gelijke mogelijkheden voor alle werkenden

Het onderscheid tussen mensen met een vast dienstverband en zelfstandig werkenden vervaagt. Op gebied van pensioen zijn de verschillen tussen de (fiscale) mogelijkheden voor mensen in loondienst en zelfstandigen echter enorm. De mogelijkheden binnen de tweede en derde pijler moeten zoveel mogelijk gelijk getrokken worden. Desnoods kunnen deze pijlers zelfs samengevoegd worden. In elk geval moet het mogelijk worden kapitaal over te dragen tussen beide pijlers. Kortom: pensioen moet arbeidsvormneutraal worden.

5. Introduceer keuzevrijheid t.a.v. pensioengelden

Opgebouwd pensioenvermogen moet flexibeler besteed kunnen worden. Bijvoorbeeld voor het financieren van een eigen woning, studie- of zorgverlof, het nemen van een sabbatical en het nemen van een lumpsum (10-50%) of het opnemen van een deel van het pensioen in de uitkeringsfase als tijdelijk pensioen.

Noten:

* Zie p. 14 van Netspar studie Wat vinden en verwachten Nederlanders van het pensioen?

** Integrale pensioenplanners kunnen mensen helpen bij het maken van pensioengerelateerde keuzes. Dergelijke integrale planners bestaan al. Bijvoorbeeld de Pensioen Indicator van BrightPensioen. .  

*** Zie video “Casper van Ewijk over het pensioenstelsel”, Me Judice, 10 oktober 2014; en het artikel Solidariteit hoeft niet te verminderen bij persoonlijke pensioenpotten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *