Feiten en fictie over Modern Werkenden

Het klimaat jegens Modern Werkenden, en dan met name jegens zzp’ers, is momenteel ronduit vijandig te noemen. Het lijkt de gewoonste zaak van de wereld om van alles over deze groep te beweren zonder dat dit met de feiten strookt. Als Werkvereniging vinden we het van groot belang om te stoppen met polariseren zodat er werkelijk samenhangend arbeidsmarktbeleid gemaakt kan worden op basis van feiten in plaats van op angst en onzin.

Prinsjesdag 2019 leek ons een goed moment om te beginnen met ons dossier over feiten en fictie.


Feiten en fictie over zelfstandige ondernemers

Op Prinsjesdag riep Arend van Wijngaarden, voorzitter van CNV, in de Telegraaf op om de zelfstandigenaftrek niet alleen te verlagen maar zelfs volledig af te schaffen. In plaats daarvan pleit hij voor een minimumtarief van 25 euro per uur.

FICTIE

Volgens Van Wijngaarden was de aftrek voor voor zzp’ers ooit bedoeld om pensioenopbouw en een arbeidsongeschiktheidsverzekering te regelen.


FICTIE

“De zelfstandigenaftrek schiet hiermee al jaren haar doel voorbij", aldus van Wijngaarden.

FEIT

Zzp’ers en het zelfstandigenaftrek

https://www.werkvereniging.nl/feiten-en-fictie/#zzp-zelfstandigenaftrek

Krijgen zzp’ers zelfstandigenaftrek omdat ze zelf voor hun verzekeringen moeten zorgen?

In de discussie over de zelfstandigenaftrek wordt vaak beweerd dat die dient om zelfstandigen in de gelegenheid te stellen zelf voor hun pensioen te zorgen en voor hun verzekeringen. Zo kan de (onbewezen) bewering dat de zelfstandigen dat niet doen, dienen als reden om de zelfstandigenaftrek af te schaffen of afhankelijk te maken van het betalen van premies voor zulke voorzieningen, of om de zelfstandigenaftrek te verlagen nu is besloten tot een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Maar klopt dat wel?

Een blik op de wetsgeschiedenis leert dat de zelfstandigenaftrek is bedacht en ingezet voor een veelheid van doelen. Daarbij overweegt de functie van de zelfstandigenaftrek als compensatie van het zakelijke ondernemersrisico. Bijvoorbeeld dat klanten niet betalen of dat een investering niet goed uitpakt. De Commissie Inkomstenbelasting en Toeslagen (cie Van Dijkhuizen) heeft dat in 2012 allemaal keurig op een rijtje gezet in zijn interimrapport over de vereenvoudiging van het belastingstelsel. Lees hier het citaat van de pagina’s 83 en 84:

Generieke faciliteiten voor IB-ondernemers zijn met name ingegeven door de tariefstructuur van de inkomstenbelasting. De winst van deze ondernemers wordt als één geheel in de belastingheffing betrokken en aan het progressieve tarief onderworpen. In die winst zijn echter de volgende componenten te onderscheiden:

  • de arbeidsbeloning van de zelfstandige ondernemer
  • de vergoeding voor het in de onderneming geïnvesteerde eigen vermogen, waaronder een risicopremie voor het te dragen ondernemingsrisico
  • de reservering ter financiering van de continuïteit en de groei van de onderneming
  • een restpost, bestaande uit (over-)winst of verlies

De tijdelijke en later permanente zelfstandigenaftrek is in aanvang ingezet om de sterke progressie van het toenmalige tarief [voor de inkomstenbelasting, PS] te matigen. Zo doet de zelfstandigenaftrek met name recht aan de onder b. en c. genoemde functies van het winstinkomen. Deze rechtvaardigen een lagere heffing dan de progressieve IB-heffing.

Na de introductie is de aftrek ook voor andere doeleinden ingezet en verhoogd als compensatie voor een verlaging van het vennootschapsbelastingtarief (1984, 1986, 1994, 2005 en 2006), voor de verhoging van het arbeidskostenforfait bij werknemers (1997) en tijdelijk voor de compensatie van de administratieve lasten bij de invoering van de euro (1999–2001), als terugsluis bij de verhoging van de regulerende energiebelasting en andere milieubelastingen (1999 en 2000), en als inkomenssteun (1997 en 1998).

Kortom: over nut en noodzaak van de zelfstandigenaftrek valt misschien te twisten, maar dan wel graag op basis van feiten. De gedachte dat de zelfstandigenaftrek zou dienen om zzp’ers in de gelegenheid te stellen zich te verzekeren en voor hun pensioen te sparen, hoort daar niet bij.

FICTIE

"Maar de meeste zzp’ers bouwen geen pensioen op en sluiten geen arbeidsongeschiktheidsverzekering af", zegt van Wijngaarden.

FEIT

Zzp’ers en hun oudedagsvoorziening

https://www.werkvereniging.nl/feiten-en-fictie/#zzp-oudedagsvoorziening

Anders dan vaak wordt gedacht, staan zelfstandigen als groep er niet slecht voor als het gaat om hun oudedagsvoorziening. De veelgebruikte norm van een pensioen ter hoogte van 70% van het bruto-inkomen haalt een deel van hen niet, maar een vergelijking van hun netto-inkomens voor en na de pensioendatum laat een veel gunstiger beeld zien. Andere groepen lopen grotere risico’s dan zelfstandigen.

Uit recent onderzoek van het kennisnetwerk Netspar (1) hoe toereikend de oudedagsvoorziening is van Nederlanders tussen de 35 en de 65 jaar, blijkt dat zelfstandigen er helemaal niet zo veel op achteruit gaan. Gemiddeld houden zij als ze stoppen met werken maar liefst 96% over van hun netto-inkomen. De laagste inkomensgroepen gaan er zelfs een beetje op vooruit. Alleen zelfstandigen in de hoogste inkomensgroep worden met een flinke terugval geconfronteerd, naar 73%.

Voor zelfstandigen met de laagste inkomens legt de AOW een stevige basis. Naarmate zelfstandigen een hoger inkomen uit arbeid hebben, zijn er vaker ook vermogenscomponenten aanwezig als aandelen en obligaties, vermogen in de onderneming, en een netto woningwaarde na aftrek van eventuele hypotheekschulden.

Uit hetzelfde onderzoek van Netspar blijkt dat andere groepen dan zelfstandigen een veel groter probleem hebben met hun pensioenopbouw. Met name niet-westerse allochtonen van de eerste generatie, gescheiden ex-partners, weduwen en weduwnaars, en mensen die al langer dan een jaar zijn aangewezen op een arbeidsongeschiktheidsuitkering gaan geld te kort komen op hun oude dag.

Uit een herberekening van het CBS blijkt dat er zelfs een groep is van meer dan 900.000 werknemers die geen pensioen opbouwen via hun werkgever. Dat is bijna even veel als er zzp’ers zijn!

Nog meer in de factcheck op de blog van Pierre Spaninks.

(1) Knoef, M. e.a., De toereikendheid van pensioenopbouw na de crisis en pensioenhervormingen. Netspar Industry Series, Design Paper nr 68. Tilburg, Netspar, 2017

 

FEIT

Zzp’ers en hun inkomen bij arbeidsongeschiktheid

https://www.werkvereniging.nl/feiten-en-fictie/#zzp-arbeidsongeschiktheid

Veel zzp’ers nemen deel in broodfondsen of hebben een vrij besteedbaar reservepotje voor de eerste periode van ziekte en spreken in de periode daarna hun eigen vermogen aan, in de vorm van hun onderneming, beleggingen of eigen woning. Dankzij dit soort oplossingen komt momenteel 73% van de zelfstandigen in geval van langdurige ziekte boven het sociaal minimum uit, stelt het Centraal Planbureau. Daarboven hebben zelfstandigen natuurlijk nog de mogelijkheid ander passend werk te gaan doen.

Bovendien blijkt uit onderzoek van de Werkvereniging dat 53% van de zelfstandigen vreest dat arbeidsongeschiktheidsverzekeringen niet aan hen zullen uitkeren in geval van ziekte, omdat er bij hen geen onafhankelijke arts aan te pas komt. Zouden zij dat vertrouwen wél hebben, dan zou 40% van hen zich meteen inschrijven.

Het verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid onder zelfstandigen is dus niet alleen een kwestie van onwil of onvermogen, voor veel zelfstandigen is het een kwestie van wantrouwen. Dat zal zeker niet weggenomen worden door hen verplicht te laten verzekeren.

Dit alles laat duidelijk zien dat de veelbesprokenverzekeringsgraad van circa 20% slechts een deel van het verhaal vertelt. Voor iedere zzp’er die zijn of haar zaakjes geregeld heeft en zijn of haar leef- en bestedingspatroon daarop heeft ingericht, betekent een verplichte collectieve verzekering een dubbele verzekering tegen dubbele kosten.

FICTIE

"Bovendien leidt de aftrek tot oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt,” stelt van Wijngaarden. “Zzp’ers concurreren werknemers weg. Ze zijn immers een stuk goedkoper dan werknemers, waarvoor loonbelasting en premies afgedragen moeten worden. Dit leidt tot bedrijven waar goedkope zzp’ers een mooi verdienmodel zijn geworden.”

FEIT

Zzp’ers die werknemers zouden beconcurreren

https://www.werkvereniging.nl/feiten-en-fictie/#zzp-beconcurreren

Het geloof is wijdverbreid dat zzp’ers werknemers zouden beconcurreren door onder de prijs te werken, en dat ze dat zouden kunnen doen door wel de zelfstandigenaftrek op te strijken maar zich niet verzekeren. Tot in de Miljoenennota 2020 aan toe lezen we dat “aan de onderkant van de arbeidsmarkt” zzp’ers “zonder bodem concurreren op beloning en arbeids­voorwaarden (...) op een ongelijk institutioneel speelveld met werknemers.” Dat zou leiden tot een neerwaartse druk op het inkomen en de arbeidsvoorwaarden, niet alleen van die zzp’ers zelf maar ook op die van werknemers.

Met deze redenering is van alles mis, en het ergste is dat het kabinet dat ook weet. Denkt u even mee?

  • Er zijn hooguit een half miljoen zzp’ers die de kost verdienen door zich te verhuren aan bedrijven en instellingen waar ook werknemers werken. Die werknemers, daar zijn er zeven miljoen van. Hoe waarschijnlijk is het überhaupt dat de tarieven van die paar zzp’ers substantieel invloed zouden hebben op de lonen van veertien keer zo veel werknemers?
  • Daarnaast zijn er honderdduizenden zzp’ers die zich uitsluitend op de consumentenmarkt richten. Als dat al een ‘arbeidsmarkt’ is, dan is dat een totaal andere dan die van de mensen in loondienst. Hoe zou het tot hogere lonen voor werknemers kunnen leiden als je zelfstandige badkamerverbouwers, hoveniers, thuiskapsters en webwinkeliers hun zelfstandigenaftrek afpakt?
  • Blijkbaar is de gedachte dat zzp’ers massaal onder de prijs werken omdat ze toch zelfstandigenaftrek krijgen. Maar wij moeten de eerste zelfstandige nog tegenkomen die zo redeneert. Iedereen wil een nette prijs voor zijn of haar werk en niemand wordt er blij van als hij of zij minder betaald krijgt dan een collega in loondienst.
  • Maar stel dat zzp’ers hun zelfstandigenaftrek kwijtraken, dan gaan ze toch proberen dat te compenseren met hogere tarieven? Dat mogen we hopen, maar we geven hen weinig kans. De tarieven van zzp’ers worden gewoon bepaald door hoe hard de opdrachtgever om hun deskundigheid verlegen zit en door hoeveel zzp’ers zich aanbieden.
  • Waarom zou een werkgever zijn werknemers meer gaan betalen als het duurder wordt om zzp’ers in te huren? Toen na de crisis de economie weer aantrok zagen in sommige branches opdrachtgevers zich genoodzaakt zzp’ers hogere tarieven te gaan betalen, zelfstandigenaftrek of geen zelfstandigenaftrek. Bouwbedrijven bijvoorbeeld mopperden dat ze daardoor op hoge kosten werden gejaagd en dat dat ten koste ging van hun winst. Hoe waarschijnlijk is het dan dat die bedrijven daarop zouden reageren door ook nog eens meer te gaan betalen aan hun werknemers?

Dat zzp ten koste zou gaan van de lonen van werknemers is niet alleen geen logisch verhaal, het blijkt ook in de praktijk niet te gebeuren. Het Centraal Planbureau stelde dat al vast in de Macro-economische Verkenning voor 2018. In bedrijfstakken met een relatief sterk gegroeid aantal zzp’ers (zoals de bouw, het vervoer en de gezondheidszorg) bleef de loonontwikkeling niet zichtbaar achtergebleven bij die in andere branches waar minder zzp’ers werkten. Zo’n MEV wordt opgesteld in opdracht van het Ministerie van Financiën en deel uit van de begrotingsstukken. Die voor 2018 zat in het pakket dat het kabinet-Rutte2 achterliet voor Rutte3. Minister Hoekstra kan zeggen ‘Ik trek me daar lekker niks van aan’ maar hij kan niet zeggen ‘Oeps, dat wist ik niet’.

Allemaal mooi en prachtig, zegt u, maar we weten toch allemaal dat werkgevers mensen uit vaste dienst ontslaan om vervolgens het werk door zzp’ers te laten doen? Dat soort schijnzelfstandigheid is toch een groot probleem waar nodig tegen moet worden opgetreden? Ook dat horen we inderdaad vaak in de discussie, maar daarom is het nog niet waar.

Over wat ‘schijnzelfstandigheid’ betekent zijn de geleerden het niet eens, maar laten we voor het gemak even zeggen dat het gaat om mensen die werk doen op een overeenkomst van opdracht waar dat fiscaal en arbeidsrechtelijk op een arbeidscontract zou moeten gebeuren. Recent onderzoek hoe vaak dat gebeurt, is er niet. Er zijn wel veel schattingen, tot wel 50%, maar dat is allemaal nattevingerwerk.

Er is welgeteld één keer empirisch onderzoek gedaan hoe vaak schijnzelfstandigheid voorkomt en wat daarvan dan het economische effect is, door de Erasmus Universiteit in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken (Zandvliet e.a., ZZP tussen werknemer en ondernemer). Na veel vijven en zessen kwamen de onderzoekers tot de conclusie dat zelfs bij een relatief hoog aandeel schijnzelfstandigheid de macro-economische effecten beperkt zijn.

Frappant is het voorbeeld van het goederenvervoer over de weg, een sector waar de vakbonden graag op wijzen als het gaat over verdringing van vaste banen door zzp. Door de internationale concurrentie zouden daar de lonen toch al onder grote druk staan. Maar wat vonden de onderzoekers: uitgerekend in die sector was voor werkgevers het kostenverschil tussen werknemer en zzp’er nihil. Wat zou je dan met schijnzelfstandigen gaan werken?

Ja maar, dat was in 2013. En sindsdien zijn er heel veel zzp’ers bijgekomen. Dus is het alleen maar erger geworden! Nou, nee. Althans, dat zou je dan toch moeten terugzien in het aantal werknemers met een vaste banen en het aantal zzp’ers? Daarvoor hebben we als bron de Flexbarometer van CBS en TNO. Daar worden de ontwikkeling van de aantallen vaste werknemers, tijdelijke werknemers (flex), zelfstandigen zonder en zelfstandigen met personeel naast elkaar gezet. En wat blijkt? De enige categorie werkenden waar de laatste jaren echt groei in zit, is die van werknemers met een vaste baan. ZZP en ZMP blijven stabiel, en flex daalt zelfs een beetje. Dus macro kan er van verdringing van vaste banen geen sprake zijn.

Dat laatste betekent natuurlijk niet dat er op deelmarkten niet alsnog valse concurrentie en verdringing zouden kunnen plaatsvinden doordat werkgevers hun toevlucht nemen schijnconstructies. Maar a) is daar nooit van gebleken en b) heeft de Belastingdienst alle mogelijkheden om daar in voorkomende gevallen hard tegen op te treden, ook - of juist - onder de wet DBA.

Kortom: ZZP willen terugdringen is een keus die je politiek kunt maken, maar dan moet je wel komen met een beter verhaal dan dat over concurrentie op arbeidsvoorwaarden en verdringing.